• Wil Groenhuijsen

Veel nieuwe banen in toerisme regio Utrecht

LEUSDEN Het gaat goed met de vrijetijdseconomie in de regio Utrecht: in twee jaar tijd groeiden de bestedingen aan toerisme en recreatie met 8,9 procent. Er kwamen in dezelfde periode 2.880 nieuwe voltijdbanen bij.

De deelsegmenten dagtochten, vakanties en zakelijk toerisme (congressen) namen alle drie in economische betekenis toe. Toerisme en recreatie zijn hiermee goed voor 2,8 miljard euro aan bestedingen per jaar. Dat blijkt uit de Monitor Toerisme en Recreatie 2016, uitgevoerd door Ecorys in opdracht van de provincie Utrecht.

BANENMOTOR Gedeputeerde Toerisme Pim van den Berg: ,,De meting laat zien dat toerisme een echte banenmotor is. Met de 2.880 voltijdbanen erbij is de sector nu goed voor 33.410 banen, een forse stijging van 9,4 procent in twee jaar. Voor 2017 verwacht ik dat het landelijke toeristische themajaar Van Mondriaan tot Dutch design, waaraan we als provincie met de gemeenten Utrecht en Amersfoort deelnemen, een verdere impuls geeft aan de sector. Ook voor de congres- en vergadermarkt geven we in 2017 met partners in de Economic Board Utrecht een impuls aan de sector door wetenschappelijke kenniscongressen te stimuleren. Voor het internationaal toerisme werken we de komende jaren met partners als Toerisme Utrecht, RBT Heuvelrug en Vallei én Citymarketing Amersfoort aan een regiostrategie voor toeristische marketing. Hopelijk kunnen we de stijgende lijn hierdoor verder uitbouwen.''

DE MONITOR De Monitor verschijnt tweejaarlijks en presenteert de huidige stand van zaken van de vrijetijdseconomie in de provincie Utrecht. Klik hier om het volledige rapport te bekijken. Naast de uitkomsten voor de provincie als geheel worden ook de resultaten gepresenteerd voor de onderscheiden deelgebieden stad Utrecht, Amersfoort, Utrechtse Heuvelrug en Groene Hart (Utrechtse deel).

De monitor bevat gegevens over bijvoorbeeld het aantal dagtochten, de uitgaven van recreanten en toeristen, en het aantal banen in de sector. Er zijn cijfers beschikbaar op het niveau de van de provincie, regio's en gemeenten. De uitkomsten van de monitor gaan terug tot 2005 en zijn sindsdien tweejaarlijks herhaald. Omdat de gehanteerde methodiek sinds de start van de monitor hetzelfde is gebleven, kunnen de ontwikkelingen door de jaren heen inzichtelijk worden gemaakt en onderling worden vergeleken. De gepresenteerde cijfers in deze editie hebben betrekking op peiljaar 2015.