• Het oorlogsmonument bij de ingang van het gemeentehuis van Leusden.

    Rinus van Denderen

Monument WO II ter nagedachtenis van ambtenaren

Wie het gemeentehuis binnen gaat kan niet om het kunstwerk bij de ingang heen. Maar lang niet iedereen kent de achtergronden ervan, ook al staat het beeld al meer dan twintig jaar met opzet juist dáár. In ieder geval vragen mensen mij regelmatig wat die drie gestalten, die een deur open duwen, toch wel mogen voorstellen.

Drs Ronald Polak

Wie het gemeentehuis binnen gaat kan niet om het kunstwerk bij de ingang heen. Maar lang niet iedereen kent de achtergronden ervan, ook al staat het beeld al meer dan twintig jaar met opzet juist dáár. In ieder geval vragen mensen mij regelmatig wat die drie gestalten, die een deur open duwen, toch wel mogen voorstellen.

De sober uitgevoerde figuren verwijzen naar ambtenaren die tijdens WOII de bezetter tegenwerkten en op die manier voor velen de deur openhielden naar de vrijheid. Het beeld herinnert aan de TD-groep in Leusden en andere plaatsen. Tijdens de oorlog werkte Karel Brouwer op het gemeentehuis aan de Beaufortweg. Voor zijn verzetswerk ontving hij in september 1992 de Israëlische Yad Vashem-onderscheiding, evenals zijn echtgenote Rita de Voogd en postuum Adolph Hendriks. Bij die gelegenheid werden plannen gemaakt voor een blijvende herinnering aan de inzet van Brouwer en vele andere ambtenaren. Zo kwam er dankzij de Stichting Kunstkwartier Leusden en het college van B&W een kunstwerk in brons, vervaardigd door Renée van Leusden. Het monument dat herinnert aan het zogenaamde stille verzetswerk werd in 1994 onthuld door mr. Jacob Kohnstamm, toen staatssecretaris van Binnenlandse Zaken. Vorig jaar nog refereerde hij aan deze gebeurtenis in een toespraak ter herdenking van de bekende aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister door de verzetsgroep onder leiding van Gerrit van der Veen.

Bij de TD-groep hoorden ambtenaren die ervoor zorgden dat onderduikers goede papieren kregen. Eén van hen was Karel Brouwer, werkzaam op de gemeentesecretarie, toen nog aan de Beaufortweg. De naam TD-groep komt van de Tweede Distributiestamkaart. In de oorlog kreeg iedereen die over een goed Persoonsbewijs beschikte een distributiestamkaart, waarop werd bijgehouden welke bonnen waren uitgereikt. Als onderduikers over papieren beschikten konden zij dus ook aan voedsel en andere benodigdheden komen. In 1943 dachten de Duitsers een manier gevonden te hebben om onderduikers te dwingen boven water te komen. Een nieuwe, dus tweede, distributiestamkaart zou onder strenge persoonscontrole worden uitgereikt. Ook golden strakkere voorschriften, zodat bonnen voortaan alleen nog maar in een bepaalde regio inwisselbaar waren. Omdat de zorg voor onderduikers hierdoor zou worden bemoeilijkt probeerden sommige verzetsgroepen deze maatregel te saboteren. Men riep de bevolking op om de TD-kaart niet af te halen.

Deze oproep tot openlijke massale ongehoorzaamheid had geen resultaat. Het zou ook onmogelijk zijn geweest zo'n houding tegenover de bezetter vol te houden. Brouwer en meer ambtenaren kozen voor een andere benadering. Niet weigeren, maar de maatregel op het oog loyaal uitvoeren en dan achter de schermen zoveel mogelijk onderduikers te helpen. Volgens die werkwijze had Brouwer al in de zomer van 1942 Joodse onderduikers aan echte papieren geholpen. Toen de Duitsers in 1943 met de TD-kaart kwamen, bedacht hij samen met zijn kompaan Hendriks een administratieve manier om toch aan stamkaarten voor onderduikers te komen. Kort gezegd kwam het er op neer dat de meesten werden ingeschreven in het bevolkingsregister van hun woonplaats.

Brouwer begon in augustus 1942 met zijn verzetswerk toen het Amersfoortse bakkersgezin Cohen een onderduikadres zocht. Het pas getrouwde echtpaar Brouwer-de Voogd bood onderdak. Als ambtenaar wist Brouwer hoe de gemeenteadministratie in elkaar zat en hij regelde papieren voor de Cohens: originele persoonsbewijzen (voorzien van hun eigen foto en vingerafdruk, maar verder met verzonnen gegevens). Dat was natuurlijk riskant. Gegevens van het PB moesten namelijk kloppen met de persoonskaarten in het gemeentelijk bevolkingsregister en ook nog eens met een landelijke registratie. Bij controle zouden de Cohens met hun verzonnen personalia tegen de lamp lopen.

Brouwer verfijnde daarom zijn methode. Nieuwe onderduikers kregen een PB met gegevens van leeftijdgenoten die weinig op straat kwamen, omdat ze bijvoorbeeld in een internaat woonden. Deze onderduikers kregen dus een PB met de personalia van een ander, maar met eigen foto en vingerafdruk. Als er nu gecontroleerd werd klopten de gegevens van het PB met wat op de persoonskaart was vermeld. De kans dat een onderduiker zou worden ontmaskerd door een ontmoeting met de dubbelganger was klein. Toch gebeurde het dat twee naamgenoten naast elkaar in het Amersfoortse St. Elisabeth ziekenhuis lagen. Later werd het risico op ontdekking nog geringer omdat onderduikers toen de identiteit kregen van een ongeveer even oude persoon, die als baby was overleden. Hiervoor moest een behulpzame ambtenaar de overlijdensakte van de baby uit de gemeenteadministratie verwijderen. Vervolgens liet hij de nu 'levend geworden persoon' verhuizen naar de woonplaats van de onderduiker. De onderduiker kreeg nu een PB met de naam en andere personalia van het overleden kind en had goede papieren om mee verder te leven. Het was dus belangrijk dat ambtenaren van veel gemeentesecretarieën meewerkten.

Een vriend van Brouwer, A. Hendriks uit Amersfoort, was in de zomer van 1942 ook begonnen met hulpverlening aan Joden. Hij kreeg de benodigde papieren van Brouwer en raakte onder de indruk van diens systeem. Hendriks was een goed organisator met een groot netwerk onder ambtenaren. Hij onderhield contact met verschillende personen op gemeentesecretarieën en arbeidsbureaus, die allemaal het doel hadden de bezetter ambtelijk tegen te werken. Ambtenaren op wel 400 gemeentehuizen werden benaderd. De groep wilde geen grote centraal geleide organisatie, maar geloofde in de kracht van kleine verbanden. Men vond dat een naam daarom ook niet bij de organisatie paste. Andere groepen kwamen met de aanduiding TD-groep; dit vanwege de succesvolle manier waarop de groep de plannen van de Duitsers met de Tweede Distributiestamkaart had gedwarsboomd.

De TD groep koos uit overtuiging voor een geweldloze vorm van verzet. Die week af van de aanpak van de Landelijke Ondergrondse met knokploegen en overvallen op distributiekantoren. Door stil verzet wisten ambtenaren ook aan distributiebonnen te komen. Represaillemaatregelen van de Duitsers werden hierdoor vermeden.

In de loop van de oorlog werden vele duizenden Nederlanders aan bonkaarten en goede papieren geholpen. Met het monument wordt herdacht dat de TD groep voor velen de deur naar de vrijheid openhield.