Oorlog in Asschat: "De molen brandt als een lier"

Het is bijna 75 jaar geleden dat de laatste molen van Leusden in Asschat ten onder ging. De Zandbrinkermolen sneuvelde tijdens de oorlogsdagen van mei 1940. Tegenwoordig staat er een hoge graansilo op de plaats van de onfortuinlijke molen. Ook de vele wederopbouwboerderijen in Asschat zijn een teken dat Asschat het toneel was van een heftige oorlogsstrijd.

De Asschatterkeerkade is een dijkje dat deel uitmaakt van de Grebbelinie. Het strekt zich ten oosten van het Valleikanaal uit en kruist na ruim een kilometer de Asschatterweg bij de Schans. Tijdens de mobilisatie en de meidagen van 1940 was dit het werkterrein van kapitein Melis van Zalingen en zijn 200 mannen. De voorposten Asschat moesten verhinderen dat de Duitse vijand de Liniedijk zou bereiken. De Asschatsoldaten vormden het welkomstcomité voor de Duitsers die zich op Pinksterzondag meldden bij de Schans met de eerste vuursalvo's.

Dankzij verschillende dagboeken en andere getuigenverslagen van de militairen die deel uitmaakten van het 16e Regiment Infanterie op de kade weten we vrij nauwkeurig wat zich heeft afgespeeld tijdens de 4 oorlogsdagen in Asschat.

Op 10 mei worden de soldaten op hun logeeradressen wakker met het besef dat de oorlog is uitgebroken. Ze verzamelen zich op de appèlplaats om in actie te komen.

Kapitein Van Zalingen: "En ze houden zich kranig; prachtig die geest nu. Er valt geen onaangenaam woord, de gezichten staan strak, maar allen zijn even bereid. Vanaf het eerste ogenblik voelen wij, dat we er nu zijn vóór en mét elkaar; het besef van gevaar, dat allen gelijkelijk bedreigt, slaat een hechte band om ons: de compagnie is één".

Zo snel mogelijk gaan de militairen te voet naar hun posten op de Asschatterkeerkade. Sergeant Vink: "Op de stelling aangekomen duurde het niet lang of een kleine honderdtal Duitse bommenwerpers vlogen over onze stellingen. We schoten de schuilnissen in en angstig hoorden we het ratelen van de Duitse mitrailleurs die ons bevuurden vanuit de lucht. Ondanks deze angst vloog de tijd voorbij en nadat de motoren verdwenen waren kwamen we allen opgelucht en ongedeerd te voorschijn. Dat vuren heeft een ontzettende indruk op me gemaakt, in een oorlog wordt werkelijk met scherp geschoten, op elkaar ………… Ontzettend!".

De eerste twee dagen verlopen verder rustig, maar de kapitein moet de boerderijen die in het schootsveld staan in brand laten steken. Daar heeft hij duidelijk veel moeite mee, maar hij neemt zijn verantwoordelijkheid: "Ik moet bedacht zijn op de tweehonderd mensenlevens, die op deze gevaarlijke voorpost geïsoleerd zullen raken; een mensenleven is kostbaarder dan de inboedel van een boerderij."

De bevolking en de koeien zijn inmiddels geëvacueerd, munitie en voedsel in de loopgraven opgeslagen, de laatste versperringen opgeworpen, wapens in positie gebracht, de manschappen bemoedigend toegesproken door de aalmoezenier en de kapitein, dus de strijd kan beginnen.

Dan verschijnen op 12 mei de eerste Duitsers op de Asschatterweg en zij zetten meteen de aanval in. Vink: "De soldaten sprongen achter de mitrailleur en legden aan. "Laat ze nog een 100 meter dichterbij komen" zei ik, maar ze waren net om de bocht in den weg op 336 meter afstand of daar ratelde onze mitrailleur en de eerste zes of zeven Duitschers zagen we levenloos neervallen."

Het blijkt dat de Duitsers de Zandbrinkermolen als uitkijkpost gebruiken en met hun mitrailleurs vanuit deze hoge positie zo in de loopgraven schieten. Het lot van de molen wordt al snel bezegeld; hij moet uit de weg worden geruimd. In brand schieten met granaten lukt niet en dus gaat een groepje van vijf vrijwilligers op pad om de molen in brand te steken.

Van Zalingen: "De molen brandt! Wie riep het? Iedereen kon het geweest zijn, want plotseling zagen we het allen: de hoog oplaaiende vlam. Arme molen, maar ook, welk een vreugde! Ze hebben het dan toch klaargespeeld, de gevaarlijke uitkijkpost is ten dode opgeschreven. En de jongens zien we straks behouden terug, stellen we opgelucht vast. Klaarblijkelijk hebben ze ginds geen halve maatregelen genomen, de molen brandt als een lier. Tragisch maar groots, dit ondergaan van de Zandbrinker molen op Pinkstermaandag 1940. Wij vinden het zonde en jammer, maar de bittere oorlogsnoodzaak heeft het vonnis gewezen."

Om een uur of zes 's avonds hoort kapitein van Zalingen dat de Grebbelinie wordt opgegeven.

Hij wacht op het sein om met de terugtocht te beginnen, maar als de avond valt, heeft hij nog niets gehoord en de Liniedijk is allang verlaten. Van Zalingen: " Half 11, waar blijft nou zo'n kerel! Kwart voor 11 motorordonnans! Hij is te voet, de motor staat bij de sluis. We grissen hem het papier uit de vingers." Op het formulier staat dat de voorposten Asschat niet voor 11 uur 's avonds mogen vertrekken en de daarbij horende route naar Maarssen. De compagnie verlaat de kade en zo valt ook Asschat en de rest van Leusden ten prooi aan de Duitse bezetter.

/

Kapitein Melis van Zalingen

Foto Historische Kring Leusden

/

De Zandbrinkermolen heeft bij Asschatveteraan Cor Hemmelder altijd in huis gehangen.

Schilderij Joop Mul