• Rechtbank

Leusdense Rwandees Jean-Baptiste M. uitgeleverd

LEUSDEN Een 40-jarige Rwandees uit Voorburg en een 57-jarige Rwandees uit Leusden worden vandaag door Nederland uitgeleverd aan Rwanda. Jean-Claude I. en Jean-Baptiste M. worden op verzoek van de Rwandese autoriteiten uitgeleverd voor betrokkenheid bij genocide in 1994. De Nijkerkse Truus Jonker verzette zich tegen uitlevering omdat een eerlijke rechtsgang volgens haar daar niet gewaarborgd is.

De Rwandese autoriteiten hebben in 2012 om de uitlevering van Jean Baptiste M. gevraagd. M. wordt verdacht van onder meer genocide. In zijn hoedanigheid van politiek leider van een extremistische Hutu-partij zou hij betrokken zijn geweest bij het opstellen van dodenlijsten, de verstrekking van wapens en aanvallen op Tutsi's in 1994, in de omgeving van Kigali. In januari 2014 werd M. aangehouden.

Hij is in 1999 naar Nederland gekomen, waar hij herenigd werd met zijn gezin, dat al in Nederland verbleef. In 2007 heeft M. een reguliere verblijfsvergunning gekregen, die in juni 2013 weer is ingetrokken op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, omdat de IND ernstige redenen zag om aan te nemen dat M. betrokken zou zijn geweest bij de genocide in Rwanda

Beide Rwandezen hebben zich tegen uitlevering verzet. Zij stelden onder meer dat met uitlevering aan Rwanda hun recht op een eerlijk proces wordt geschonden en zij een reëel risico lopen op een onmenselijke behandeling.

De verzoeken tot uitlevering zijn getoetst door de rechtbank en Hoge Raad alvorens de minister van Veiligheid en Justitie heeft besloten de uitlevering toe te staan, meldt het Openbaar Ministerie. In het kort geding dat daarop volgde concludeerde de voorzieningenrechter in eerste aanleg dat uitlevering naar Rwanda een schending van artikel 6 EVRM zou opleveren, wegens -kort gezegd- gebrek aan capabele rechtsbijstand.

Tegen deze uitspraak heeft de Staat hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof oordeelde in hoger beroep dat van schending van het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM) geen sprake was. Het gerechtshof heeft de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd, waardoor de beslissing van de minister van Veiligheid en Justitie om de verdachten uit te leveren doorgang kan vinden. De uitspraak van het gerechtshof is inmiddels onherroepelijk.

GENOCIDE In 1994 hebben zich in Rwanda extreme gewelddadigheden voorgedaan, waarbij ongeveer 500.000 tot 1 miljoen Tutsi's en gematigde Hutu's werden vermoord. De meeste moorden werden gepleegd door twee Hutu-milities, de Interahamwe, een jeugdmilitie van regeringspartij MRND, en de Impuzamugambi van de extremistische splinterpartij CDR. Deze gebeurtenissen, tussen 6 april en half juli 1994, zijn door het Rwanda Tribunaal als genocide oftewel volkerenmoord gekwalificeerd.