• Voormalig wethouder Joost de Jongh: ,,De fout die gemaakt is, is dat er te laat gekeken is naar het belang van een breed politiek draagvlak.’’

    Daan Bleuel
  • De Leusder Krant bericht over het rapport van de commissie 'De Jongh'.

    Daan Bleuel
  • De Jongh: ,,Achteraf had ik langer wethouder willen blijven.''

    Daan Bleuel

Houdbaarheidsdatum college was verstreken

LEUSDEN De Leusder Krant bestaat 50 jaar. In een serie maandelijkse artikelen blikken we terug op de achter ons liggende decennia. Maar we willen ook vooruit kijken. Naar de toekomst van de gemeente én de lokale pers. Vandaag deel 4; oud-wethouder Joost de Jongh.

Daan Bleuel

Onberispelijk gekleed als een Britse gentleman opent Joost de Jongh de deur van zijn woning voor me. Een gedistingeerde rode streep op het tweed-jasje geeft de uitstraling iets frivools. Dat wordt nog versterkt door het vrolijk gekleurde strikje (,,mijn handelsmerk. Ik ga ook nooit naar buiten zonder hoed.’’) en het bijpassende pochet. ,,Dit is mijn werkkleding’’, zegt De Jongh, terwijl hij de deur naar de kamer voor mij openhoudt. Ondanks zijn 72 jaar (,,maar leeftijd is tegenwoordig geen issue meer.’’) kijkt hij nog altijd energiek de wereld in. Het ronde, hoornen montuur van de bril versterkt het ‘joi de vivre’-gevoel. De Jongh is nog altijd de Bourgondiër die het leven viert. In zijn ruime woonkamer, waarvan het zeer Engelse interieur enigszins contrasteert met de wat zakelijke uitstraling van de jaren '70 woning in Groenhouten, staat hij mij geruime tijd enthousiast te woord.

RAADGEVER We praten over zijn bezigheden. Zo is hij inmiddels 27 jaar voorzitter van branchevereniging Dibevo (voor ondernemers in de huisdierenbranche). ,,Ze willen me kennelijk nog niet kwijt’’, zegt hij lachend. Daarnaast is hij nog steeds actief als consultant (,,Ik noem het raadgever.’’). In die rol helpt hij ondernemers die stuk dreigen te lopen op de regelgeving van gemeenten en provincies, vooral op het gebied van de ruimtelijke ordening.

De Jongh was 11 jaar wethouder in Leusden. (,,Achteraf had ik langer willen blijven. Maar ik had ook gezien wat er gebeurt als je té lang aanblijft. En dat wilde ik per se niet.’’) Hij verwijst naar de heftigste periode in de Leusdense politiek, dat uiteindelijk - een unicum in bestuurlijk Nederland - leidde tot het opstappen van de burgemeester, drie wethouders en de gemeentecretaris in 1987.

AFFAIRES De laatste periode van het college dat in ‘87 met veel gedoe aan zijn eind kwam - met de wethouders Wagenaar, Van Woudenberg en Ummels - werd gekenmerkt door een aaneenschakeling van kleine en grote ‘affaires’. Die domineerden week in week uit de voorpagina’s van de Leusder Krant. Ze riepen het beeld op van bestuurders die de weg volledig kwijt waren. Eigenbelang werd vermengd met algemeen belang, bijvoorbeeld toen wethouder Van Woudenberg in conflict kwam met de gemeente over de verkoop van zijn eigen grond. Wagenaar stond voor de rechter omdat hij van een vrouwelijke projectontwikkelaar, die in Leusden een aantal houten woningen bouwde, een huisje kocht voor een camping in Frankrijk. Er was geruzie over de voorwaarden.

VERTREK Uiteindelijk mondde het uit in het vertrek van de wethouders. In oktober 1987 trad een nieuw college - mét Joost de Jongh - aan. Burgemeester Rademaker blies kort daarvoor de tactische aftocht door vervroegd met pensioen te gaan. Secretaris Van Gool werd ‘oneervol’ ontslagen.

Joost de Jongh - destijds voorzitter van één van de twee door de gemeenteraad ingestelde bij­zondere com­missies (die moesten onderzoeken in hoeverre de politieke en ambtelijke top onbehoorlijk bestuur kon worden aangewreven) - oordeelt met een zekere mildheid over de gebeurtenissen in die tijd. ,,Er werd wel steeds heel suggestief gedaan over allerlei dingen, maar in veel van die zaken was uiteindelijk niet veel aan de hand. Ik ben bijvoorbeeld op die camping in Frankrijk wezen kijken. Dat ging echt helemaal nergens over.’’ Wel vindt hij nog steeds dat het opstappen van de wethouders onvermijdelijk was. ,,Die affaires waren vooral symptomen van het feit dat de houdbaarheidsdatum van het college was verstreken’’, aldus de Jongh.

VERNIETIGEND Ironisch genoeg zette hij zelf de bijl aan de wortel. Als voorzitter van een bijzondere commissie, ex artikel 148 van de toenmalige gemeentewet, moest hij de handel en wandel van het college in die laatste jaren reconstrueren en beoordelen. Dat oordeel was uiteindelijk vernietigend. Met misschien wel als belangrijkste verwijt dat gemeentesecretaris Van Gool teveel en te makkelijk de ruimte kreeg voor dubieus declaratiegedrag. De man tekende jarenlang zijn eigen declaraties, zonder dat er verder nog door iemand naar gekeken werd. Ten onrechte, zo legde het onderzoek bloot.

Als we over Van Gool praten, verdwijnt de glimlach van het gezicht van De Jongh. Zijn ogen kijken me doordringend aan als hij zegt: ,,Reier van Gool was een ander verhaal. Die paste de tactiek van ‘verdeel en heers’ toe op het ambtenarenapparaat waar hij leiding aan gaf. En hij was niet integer.’’ Als ik hem vraag of hij daar een verklaring voor heeft, zegt hij bedachtzaam: ,,Vaak is het onmacht. Soms stijgen mensen een treetje te hoog op de maatschappelijke ladder.’’

OOG VAN DE STORM De Jongh bevond zich als voorzitter van de bijzondere commissie in het oog van de storm. Het zal ook niet makkelijk geweest zijn om tot een objectief oordeel te komen. Een oordeel dat binnen de eigen partij als een splijtzwam zou werken. Het afbreukrisico was derhalve aanzienlijk. Een moeilijke positie. De Jongh: ,,Ik vond het vooral voor Jan Wagenaar verschrikkelijk om hem te moeten zeggen dat het klaar was. Tijdens het onderzoek heb ik me ook geen moment afgevraagd wat het voor de VVD zou betekenen. Ik heb me alleen maar laten leiden door de vraag ‘wat is het beste voor Leusden’?’’

IJZIGE SFEER ,,Natuurlijk is me dat binnen de partij-afdeling niet in dank afgenomen. Een deel van de achterban vond dat ik Wagenaar had moeten steunen. In die kringen was de sfeer naar mij toe bepaald ijzig te noemen. Wagenaar zelf heeft nog pogingen in het werk gesteld om te voorkomen dat ik wethouder zou worden. Maar ben je als bestuurder op aarde om iedereen te vriend te houden? Dat kan helemaal niet. Ik kan me overigens óók herinneren dat ik Corri Verduin (fractievoorzitter van de PvdA) inlichtte over onze bevindingen. (Verduin leidde het onderzoek naar het gedrag van Van Gool, DB). Toen ik haar vertelde tot welke conclusies we waren gekomen heeft ze me - voor het eerst en voor het laatst! - op beide wangen gekust.’’ Hij lacht onbedaarlijk.

DRAAGVLAK De Jongh vindt dat burgemeester Rademaker kansen heeft gemist om de metaalmoeheid in het college dat hij voorzat te vermijden of uit te stellen. ,,Vergis je niet; de invloed van een burgemeester in een college is niet zo heel groot. Zeker niet als er sterke wethouders in zitten’’, doceert hij. ,,Maar hij had ervoor moeten waarschuwen dat het negeren van de oppositie, zoals dat soms openlijk gebeurde, niet verstandig was.’’ In Leusden waren CDA en VVD traditioneel zo sterk, dat de rol van de andere partijen (met name de PvdA) klein gehouden kon worden. De Jongh: ,,De fout die gemaakt is, is dat er te laat gekeken is naar het belang van een breed politiek draagvlak.’’

LEUSDEN '85 De Jongh: ,,Ik denk dat de opkomst van een partij als Leusden ‘85 dat gevoel bevestigt. Bovendien zag je in de jaren ‘80 dat het zelfbewustzijn van de burger toenam. Dat vertaalde zich ook in de wens invloed te hebben op het lokale bestuur.’’

Dat besef was bij het toenmalige college niet of nauwelijks doorgedrongen. Jan Wagenaar analyseerde naar aanleiding van de verkiezingsuitslag in 1986 nog - op het arrogante af dat de kiezer vond dat het college op de ingeslagen weg voort kon. De coalitie VVD-CDA leverde bij die verkiezingen een zetel in, maar behield met 12 zetels de meerderheid. Zelfs in een gemeenteraad die van 19 naar 21 zetels groeide. Tegelijk denderde Leusden’85 - dat de onvrede onder de Leusdense bevolking vertegenwoordigde - met drie zetels de nieuwe raad binnen. Het symboliseerde daarmee de groeiende polarisatie in de Leusdense politiek.

DOORSTART In 1987 maakte het gemeentebestuur een doorstart. (,,Ik zou het geen keerpunt of breekpunt willen noemen. Het was wél een nieuwe stap.’’) Eén van de geleerde lessen werd meteen in praktijk gebracht. De Partij van de Arbeid (met Corri Verduin) maakte zijn entree in het college, dat verder bestond uit Bram Vroon en Evelien Blom (beiden CDA) en Joost de Jongh (VVD). Eén en ander onder leiding van de nieuwe, aimabele burgemeester Panis. Na de verkiezingen van 1980 werd het aantal wethouders weer teruggebracht tot drie. Evelien Blom deed een stapje terug ten faveure van partijgenoot Vroon. In 1984 loste Kees de Kruijf Corri Verduin af als PvdA-wethouder. Blom wisselde opnieuw stuivertje met Bram Vroon.

FANTASTISCHE PERIODE ,,Ik vond het een fantastische periode’’, zegt De Jongh: ,,Eén van de fijnste uit mijn leven.’’ Hij beheerde in de drie perioden ook verschillende portefeuilles. Economische Zaken, Ruimtelijke Ordening, maar ook Welzijn en Sport (,,Ze noemen dat de ‘zachte portefeuille’? Waarom in vredesnaam? Wat is daar zacht aan? Je probeert dingen voor mensen voor elkaar te krijgen. En dat is in de ene portefeuille niet anders als bij de andere.’’)

BEELD-KWALITEITSPLAN Hij kijkt met veel plezier terug op de ontwikkeling van bedrijventerrein ‘De Horst’ (,,We waren zo arrogant om daar eerst een 'beeld-kwaliteitsplan' voor te maken. Dat betekende extra eisen die aan de nieuwe gebouwen gesteld werden en dat juist in een slechte markt. Toch was het een uitstekende zet. Dat kun je nog elke dag zien.") De komst van Levob (,,Daar waren ze in Amersfoort niet blij mee!’’) en het hoofdkantoor van bouwmarktketen Intergamma, de uitbreiding van winkelcentrum De Hamershof, de aansluiting van Leusden op de A28 (,,Dat was nog een idee van Jan Wagenaar.’’) zijn andere wapenfeiten waar hij trots op is.