• Gyöngyvér Szabó: ,,Mijn droom is en blijft om voor de klas te staan.''

    Marcel Koch
  • Als scholier kreeg Szabo (met paardenstaart) een rode zijden sjaal omgereikt. ,,Nu zeg je wat een circus.''

    Eigen foto
  • Marcel Koch
  • Marcel Koch

Hongaarse juf is niet van het gejammer

Het debat over vluchtelingen wordt dezer dagen met de nodige emotie gevoerd. Toch is ons land al eeuwen een toevluchtsoord voor mensen die van huis en haard werden verdreven. In de serie 'Thuis op vreemde bodem' gaat de Leusder Krant op zoek naar die 'nieuwe landgenoten' die vaak gewoon bij ons in de straat wonen. Zoals de Hongaarse Gyöngyvér Szabó: ,,Als je wilt integreren moet je je open stellen'.'

Marcel Koch

Ze maakt van haar hart geen moordkuil. Als Gyöngyvér Szabó (40) nu in Hongarije had gewoond, was ze fanatiek deelnemer geweest van elke protestmars tegen de huidige premier Viktor Orbán. ,,En het liefst vooraan'', zegt ze met een ietwat verbeten blik. De nationalistische koers van het staatshoofd en diens centrumrechtse kabinet - vorig jaar fel gekant tegen de verplichte verdeling van vluchtelingen over de EU-lidstaten - vindt ze verwerpelijk. Sterker nog, ze schaamt zich voor het hedendaagse politieke geluid in haar vaderland. ,,En dat vind ik helemaal niet prettig om te zeggen, want Hongarije zit diep in mijn hart. Zelfs mijn ouders, die in Hongarije wonen, laat het huidige asielbeleid van deze regering onverschillig. Hoe kan dit toch?''

Hardop denkend borrelt het woord gehersenspoeld naar boven. ,,Daar heeft het althans alle schijn van. Het geeft toch te denken dat er zomaar een kritische oppositiekrant van het toneel verdwijnt. Op deze manier krijgt de bevolking een eenzijdig beeld voorgespiegeld. In het dorp waar ik ben opgegroeid verschijnt geen fatsoenlijke, onafhankelijke krant meer. Ik vind het een zorgelijke ontwikkeling en ja, het maakt me kwaad.''

Aan de andere kant constateert ze, gelukkig, dat het verzet tegen de regering aanzwelt. ,,Er wordt in Boedapest veel gedemonstreerd, mensen gaan massaal de straat op om hun onvrede te uiten. Recentelijk nog vanwege het wetsvoorstel om de Europese universiteit, opgericht door de progressief Hongaarse-Amerikaanse Soros, te sluiten. Het is te gek voor woorden.'' Dagelijks is er via de app familiecontact (haar zus woont in Boedapest). ,,Maar wacht even, dan zijn de onderwerpen divers hoor. Als er sneeuw valt, weet ik het direct.'' Even later merkt ze met een kwinkslag op: ,,Geert Wilders heeft een Hongaarse vrouw hè.'' Nee, Wilders is evenmin haar kopje thee.

RUSSISCH UITERLIJK Gyöngyvér Szabó is juf van professie (invalkracht bij basisschool De Hobbit) en sinds 2003 woonachtig in Leusden. Anderhalf uur spreekt ze vrijmoedig en nagenoeg accentloos over onder andere cultuurverschillen, opgroeien ten tijde van het communisme en integreren. Ze schenkt koffie en zet zandkoekjes op tafel. ,,Vanaf dag één heb ik mij hier welkom gevoeld'', zegt ze zittend aan de eettafel in haar rijtjeswoning. ,,Oh nee, van een sociaal isolement is nooit sprake geweest. Ik heb mij altijd opengesteld naar andere mensen toe, ik houd van mensen. Bovendien heb je met schoolgaande kinderen snel aansluiting met andere ouders. Het schoolplein verbindt. Of ik weleens verbaasde blikken heb gehad? Niet of nauwelijks. Hoewel, een kapper zag ooit iets Russisch in mij en ooit vroeg iemand gelet op mijn stemgeluid of ik soms uit Twente kwam, nou ja.''

Ook door de taal zich snel eigen te maken, ondervond de Hongaarse - de liefde hield haar permanent onder de Hollandse hemel - nauwelijks aanpassingsproblemen. Soms, geeft ze openhartig toe, twijfelt ze over hoe een woord moet worden geschreven. Die twijfel zit haar dwars. ,,Ik ben perfectionist dus eis ik van mezelf dat mijn taalgebruik altijd perfect is'', oordeelt Szabó die met haar twee kinderen (8 en 5 jaar) veelal binnenshuis in het Hongaars (Magyar) praat. ,,Geen gemakkelijke taal om te leren, het neigt een beetje naar het Fins.''

En nog even terugkomende over haar integratie, meent ze: ,,Met een positieve instelling bereik je veel. Je moet vooral niet gaan zeuren of klagen, want dan kom je geen stap verder. Maar ik snap best dat het soms moeilijk is.'' Ze zegt het in de wetenschap dat ze al enige tijd zoekende is naar uitbreiding van lesuren voor de klas. Een lastig traject, weet ze. ,,Als een schoolbestuur de keuze heeft tussen een Nederlandse- en een Hongaarse kandidaat voor een groep die de Nederlandse taal moet leren, begrijp ik dat ze in zo'n geval voor een Nederlandse kiezen. Toch blijf ik er voor gaan, mijn droom is en blijft om voor de klas te staan. Ach, je moet ook een beetje geluk hebben.''

COMMUNISME Szabó ziet het levenslicht in Litke, een dorp van nog geen duizend inwoners gelegen aan de grens met Slowakije. De gevoelens voor het dorp zijn nog immer warm. ,,Onlangs was ik met mijn gezin voor een korte vakantie terug en dan genieten we volop van het heuvelachtige landschap, de frisse lucht, de ruimte en uiteraard van het weerzien met familie. De kinderen voelen zich er thuis, ze hebben er alle ruimte om heerlijk te ravotten. Het begrip rijtjeswoning kennen ze er niet.''

Ze is van 1976 en groeit op ten tijde van het communisme. ,,Ik heb op de basisschool verplicht Russisch moeten leren lezen en schrijven. Zo heb ik jarenlang een briefwisseling gehad met een Russisch meisje. Ik heb haar nooit ontmoet, maar ik heb ooit wel een foto van haar onder ogen gezien.'' Bladerend in fotoboeken die ze fluks van zolder heeft gehaald, wijst ze op foto's waarop ze als scholier een rode zijden sjaaltje (pionierssjaal) krijgt omgereikt. ,,Dat ging gepaard met veel ceremonieel in aanwezigheid van een soldaat'', weet ze nog goed. ,,Nu denk ik: wat een circus, maar destijds wist je niet beter. Overigens leerde ik op school veel over levensverhalen van belangrijke Russische componisten. Best nuttig.''

Voorts herinnert ze zich uit die periode vooral de schaarste aan levensmiddelen en de lange rijen voor de winkels. ,,En er was ruilhandel. In spijkerbroeken, zeep en vooral leren jassen, die waren destijds gewild. Mijn beide ouders werkten, dus wij hadden het niet slecht thuis'', vertelt Szabó die voor zichzelf al vlot een toekomst buiten haar geboortedorp had bedacht. ,,Het gevaar van een klein dorp is dat iedereen over je schouder meekijkt en ik was een lastige puber die graag zijn eigen pad bewandelde. Daarbij: veel toekomstperspectief was er niet in Litke. Je werd verkoper in een winkel of ging bij de plaatselijke kroeg werken. In geen van beide had ik trek. Ik wilde studeren en later juf worden.''

NEDERLAND Nadat ze in 1999 de pabo afrondt, vertrekt de Hongaarse in datzelfde jaar als au pair naar Nederland en komt bij een gezin in Huizen terecht. De keuze voor Nederland komt voort uit haar interesse in kunst en cultuur. Verklaart: ,,Als kind tekende ik veel en graag. Ik had een sterk verlangen naar het Rijksmuseum, het Rembrandthuis en het Van Goghmuseum. Bovendien was ik nieuwsgierig naar de molens en de tulpen.''

De bedoeling was om een jaar te blijven, maar het liep anders. Ze kreeg sjoege met haar huidige man en is niet meer weggegaan. ,,Want ik was inmiddels verknocht geraakt aan Nederland.'' Na een slok koffie: ,,Ik zou een boek kunnen schrijven over de cultuurverschillen tussen Nederland en Hongarije. Cultuurschok? Nee, zo heb ik het niet ervaren. Wel heb ik zo nu en dan mijn wenkbrauwen gefronst over jullie gewoontes.''

Ze geeft een aantal voorbeelden. ,,Bij mijn eerste kennismaking met Nederland vond ik het opvallend om te zien dat de tuintjes er zo netjes uitzagen, het gras keurig gemaaid. Zelf kwam ik uit een veel ruiger gebied.'' Wat tevens opviel: .,De koektrommel gaat gelijk dicht als de gasten een koekje hebben gekregen, dat is niet de gastvrijheid die ik gewend ben. Of wat te denken van de verjaardagsfeestjes. In Hongarije is het not done dat je voor je gasten gebak bij de bakker haalt. Wie in Hongarije een feest geeft, is bereid om voor zijn gasten uren in de keuken te staan. Zonder meer, we zijn een gastvrij en hartelijk volk.''