• Evelien Blom: ,,Ik ben er trots op dat ik wethouder ben geweest. Iemand als ik zou in deze tijd geen wethouder meer worden.''

    Daan Bleuel/Leusder Krant
  • Evelien Blom wordt gepresenteerd als lid van het interim-College dat in 1987 aantrad om 'puin te ruimen'.

    Archief Leusder Krant
  • Evelien Blom in de aanloop naar haar eerste gemeenteraadsverkiezingen, die ze verrassend won.

    Archief Leusder Krant

Evelien Blom: 'trots dat ik wethouder ben geweest'

LEUSDEN De Leusder Krant bestaat 50 jaar. Daar staan we de komende tijd op verschillende manieren bij stil. Terugkijken op de achter ons liggende halve eeuw, maar ook de blik op de toekomst richten. Vandaag staat voormalig raadslid en wethouder Evelien Blom centraal.

Daan Bleuel

Evelien Blom telt inmiddels 78 jaar. Maar ze ziet er nog steeds tot in de puntjes verzorgd en kleurrijk uit. Dat flamboyante is altijd haar handelsmerk gebleven. En ze praat nog steeds honderd uit, vlot formulerend en rad van de tongriem gesneden. Blom maakte als échte Hamersveldse van nabij de veranderingen mee die het rustige dorp van destijds veranderden in een moderne forensengemeente.

MEER BETROKKEN Als gemeentebestuurder en lid van vele belangenorganisaties en verenigingen, was ze jarenlang een spin in het web. Maar wel één die contacten met de inwoners van Leusden met hoofdletters schreef. Iets wat ze in de hedendaagse politiek zegt te missen: ,,Volgens mij waren raadsleden vroeger meer betrokken. Ik kom nog steeds veel op allerlei bijeenkomsten. En dan kijk ik wel eens om me heen om te zien welke raadsleden er zijn. Dat valt vaak bitter tegen.’’

DUALISME Ze heeft ook weinig op met het huidige, dualistische systeem in het gemeentebestuur. In het jaar 2000 kwam de ‘Staatscommissie Elzinga' met voorstellen om de lokale democratie te verlevendigen. Oud-burgemeester Cees-Jan de Vet van Leusden maakte ook deel uit van die commissie. In het advies van ‘Elzinga’ werd de wethouder losgekoppeld van de gemeenteraad. In het oude, monistische systeem koos de gemeenteraad uit haar midden een aantal wethouders, die samen met de burgemeester het dagelijks bestuur vormden.

KLOOF Het waren pogingen om -gemodelleerd naar het systeem in de Tweede Kamer- de levendigheid van het lokale politieke debat te vergroten en de kloof tussen burger en kiezer te verkleinen. Blom meent dat die pogingen -in ieder geval in Leusden- niet gelukt zijn. ,,In het oude systeem bezocht de wethouder de fractievergaderingen van de eigen partij. Daar kon je moeilijke bestuurlijke problemen goed met elkaar bespreken, vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid. Dat gold ook voor het Seniorenconvent, waarin alle fractievoorzitters met elkaar over politieke vraagstukken spraken. Ik denk dat dat de kwaliteit van de besluitvorming ten goede kwam. Nu zijn de wethouders -net als de Ministers- degenen die het voor het zeggen hebben.’’

TELEURGESTELD Blom hekelt de manier waarop insprekers tegenwoordig binnen vastgestelde protocollen hun punt moeten maken: ,,Mensen weten vaak niet hoe het precies werkt en komen dan teleurgesteld van zo’n vergadering op het gemeentehuis thuis. In het oude systeem was er volop ruimte voor insprekers om tijdens een commissievergadering met de wethouder en de fractiespecialisten van gedachten te wisselen.’’ Ze denkt ook niet dat met de invoering van het nieuwe systeem de kloof tussen gemeentebestuur en de burger daadwerkelijk is verkleind. ,,Ik denk eerder dat het tegenovergestelde het geval is.’’

POLITIEKE BRANDPUNT Evelien Blom stond jarenlang in het politieke brandpunt van de gemeente die zich de afgelopen 50 jaar ontwikkelde tot een middelgrote forensengemeente aan de buitengrens van de Randstad. Haar (politieke) carrière begon -bijna ondanks zichzelf- bij de verkiezingen van 1978. ,,Ik werd in de aanloop naar die verkiezingen benaderd door Reier van Gool (partijgenoot en toenmalig gemeentesecretaris) om op de lijst te komen. Het CDA zou voor het eerst als confessionele fusiepartij aan de verkiezingen meedoen. Hij vond mij door mijn maatschappelijke betrokkenheid én mijn achtergrond als echte Hamersveldse een goede kandidaat. Daar had ik aanvankelijk helemaal geen zin in. Ik had het hartstikke druk met vrijwilligerswerk, een gezin met vier opgroeiende kinderen en het nodige naaiwerk dat ik voor velen deed.’’

VERRASSEND Toen de druk echter werd opgevoerd, ging ze -na ruggespraak met echtgenoot Jan- akkoord. ,,En dat pakte heel verrassend uit’’, herinnert ze zich. ,,Het was in die tijd nog gebruikelijk dat de kandidatenlijst in het geheim door het bestuur werd samengesteld. Dus toen de lijst klaar was, vroeg ik -een tikje naïef- of ik op een verkiesbare plaats stond? Dat bleek het geval; ik stond op één!’’

Dat gaf meteen de nodige verantwoordelijkheden voor de fractievoorzitter van de grootste partij in de Leusdense gemeenteraad. Zo leidde ze de onderhandelingen bij de vorming van een nieuw college. ,,Maar ik moest ook optreden bij vele openbare bijeenkomsten rond allerlei ontwikkelingen in de nieuwe gemeente. En dat waren er heel wat in het snelgroeiende Leusden. Ik ben er wel altijd eerlijk over geweest dat ik inhoudelijk niet van alles even goed op de hoogte was. En ik denk dat ik ook een zekere handigheid had in het delegeren. Moeilijke vragen schoof ik door naar mensen van wie ik verwachtte of wist dat ze beter op de hoogte waren. Ik denk dat ik ook veel gedaan heb op vrouwelijke intuïtie.’’

BEETJE BANG Ze vertelt dat ze in die jaren kritisch gevolgd werd door de lokale pers. ,,Er was altijd een zekere bezorgdheid als de Leusder Krant weer verscheen. Wat zullen ze nu weer over me geschreven hebben, dacht ik dan? Ik denk zelfs dat ik een beetje bang was voor Marnix Kreyns en Bert Vos, de journalisten in die dagen. Ik weet nog dat Marnix net na mijn aantreden tegen me zei: ‘we geven je twee jaar. Dan moet je het vak wel kennen’. Met andere woorden, ik hoefde die eerste jaren niet bang te zijn de volle laag te krijgen.’’

NIEUWE PARTIJ Blom kijkt met het minste plezier terug op de periode halverwege de jaren tachtig toen het toenmalige college zichzelf in een uiterst lastig parket manoeuvreerde, met het opstappen van drie wethouders, een burgemeester en een gemeentesecretaris tot gevolg. ,,Met mijn eigen loopbaan ging het prima. Was mijn verkiezing tot lijsttrekker in 1978 nog een verrassing, in 1982 -toen de lijst ook voor het eerst in een openbare vergadering werd samengesteld- kwam ik opnieuw op één. En vier jaar later wéér. Maar we werden in die jaren geconfronteerd met de opkomst van een nieuwe partij (Leusden’85, later na interne perikelen omgedoopt tot Leusden’90). En dat was voor de gevestigde orde een schok. Ze gingen bepaald niet zachtzinnig te werk om hun doelen te bereiken. Ze waren zeer kritisch op de handelwijze van het toenmalige college (met de wethouders Wagenaar, Ummels en Van Woudenberg) en deden alles om de wethouders pootje te haken.’’

,,We hebben als partijen die de wethouders leverden de fout gemaakt niet meteen een onderzoek naar de geruchten te starten. We gingen nergens in de aanval’’, steekt Blom de hand in eigen boezen. ,,Maar dat zeg ik met de kennis van nu. Je kijkt er nu met andere ogen naar. De wethouders waren in die dagen oppermachtig. Het was lastig geweest om te zeggen ‘wethouder, het is genoeg geweest’. Vergeet ook niet dat Wagenaar en de zijnen ook gewoon aardige en betrokken mensen waren. En we waren als gemeenteraad ook niet gewend aan dat soort dingen. We hebben later iemand als Joop Kool (één van de raadsleden van Leusden’85) ook niet aangepakt, terwijl daar net zo goed redenen voor waren.’’

EERBETOON Blom breekt tegelijkertijd een lans voor een man als wethouder Jan Wagenaar. ,,Hij heeft Leusden gemaakt tot wat het nu is’’, zegt ze beslist. ,,Die man werkte dag en nacht. Hij was niet alleen wethouder, maar ook nog directeur bij Michelin Nederland. Als ik zijn verdiensten voor Leusden afzet tegen de negatieve zaken, slaat de balans absoluut naar de positieve kant door.’’ Als lid en voorzitter van de commissie straatnaamgeving vindt ze het dan ook terecht dat er in de wijk de Tabaksteeg een straat naar hem werd vernoemd, de Jan Wagenaarlaan. ,,Dat vind ik een eerbetoon voor wat hij voor Leusden heeft betekend.’’

TWEE KEER WETHOUDER Evelien Blom was twee keer zelf wethouder. De eerste keer in 1987 toen een interim-college aantrad na het gedwongen vertrek van de zittende wethouders en burgemeester. Onder leiding van de nieuwe burgemeester Panis trad een vierkoppige wethoudersploeg aan; Bram Vroon, Joost de Jongh, Corri Verduin en Evelien Blom. ,,Dat deden we om een aantal redenen. Er moest bestuurlijk puin worden geruimd en we wilden met een brede coalitie (naast het CDA en de VVD nam voor het eerst ook de PvdA deel aan het college) werken aan het herstel van vertrouwen in de politiek. We spraken wel af dat we na de verkiezingen in 1990 weer terug zouden keren naar een college met drie wethouders.’’

GOED TEAM Omdat het een erg drukke tijd was, trok Blom zich bij de verkiezingen van 1990 terug als wethouderskandidaat, ten faveure van partijgenoot Bram Vroon. In 1998 keerde ze nog één keer terug in een college met Joost de Jongh en Kees de Kruijf. Met name op die periode kijkt ze met plezier terug: ,,Je hebt elkaar niet gekozen, maar je moet wel als team samenwerken.’’ Volgens Blom was er sprake van synergie: ,,Dat was een goed team; mensen die elkaar wat gunden.’’

TROTS ,,Ik ben er trots op dat ik wethouder ben geweest’’, zegt ze aan het eind van het interview. ,,En ik vind het leuk dat ik daarover op straat -vaak door dankbare mensen- werd aangesproken. Soms zelfs nu nog. Ik denk dat ik eerlijk ben geweest. Ik heb tegen mensen gezegd, ‘het spijt me, maar wat u wilt kan écht niet’. De meesten accepteerden dat dan.''

,,Iemand als ik zou in deze tijd geen wethouder meer worden. Ik had lagere school en een verpleegstersopleiding. Als oudste in een gezin van elf kinderen was dat vroeger zo. Maar ik ben dankbaar voor de kansen die ik gekregen heb. Ik zag laatst in het gemeentehuis van Harderwijk een spreuk van Pippi Langkous hangen: 'Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan'. Misschien was die op mij ook wel van toepassing.''