• Rudy Veenendaal: ,,Ik ben blij dat ik dit voor mijn grootouders heb kunnen doen.’’

    Marcel Koch
  • Haar grootouders Rijk en Antje van Loenen-Looijen

    Privé archief

Erkenning voor heldendaad Vijf onderduikers op boerderij De Bieshaar

LEUSDEN Na een bezoek aan het Holocaust Museum in Israël wist de Leusdense Rudy Veenendaal het zeker. Haar grootouders Rijk en Antje van Loenen-Looijen moesten postuum geëerd worden. Zij hadden tijdens de Tweede Wereldoorlog vijf onderduikers op de boerderij, waaronder een Joods meisje.

Marcel Koch

Voor erkenning dient Rudy Veenendaal originele bewijsstukken aan het instituut Yad Vashem te overleggen. Ze slaagt in haar missie. Dear Mrs. van Rouwendaal-Veenendaal, we are pleased to announce that….zo begint de brief die Veenendaal twee maanden terug krijgt van het Yad Vashem Holocaust Museum uit Israël. De inhoud van het verlossende schrijven, kort maar krachtig geformuleerd, brengt de Leusdense in vervoering. Haar grootouders Rijk en Antje van Loenen-Looijen, waar ze zich als kind zo graag aan verwarmde, zijn door het instituut erkend als Rechtvaardigen Onder de Volkeren. Deze eretitel wordt door Israël gegeven aan niet-Joden die Joden ten tijde van Tweede Wereldoorlog met gevaar voor eigen leven hebben helpen overleven. Naast de eretitel zullen hun namen worden ingegraveerd in de gedenkmuur in de tuin van Yad Vahsem.

BESCHEIDEN ,,Ik kon mijn geluk niet op'', zegt Veenendaal terwijl ze de brief voor zich houdt. ,,Ik vind dat mijn grootouders dit zó hebben verdiend. Wat zij in de oorlog gedaan hebben is een heldendaad. Hoewel zij dat ongetwijfeld destijds zo niet hebben gezien.'' Haar grootouders, zo herinnert Veenendaal zich, waren uitermate bescheiden van karakter en zeer gelovig. ,,Ik vermoed dat ze het als hun christelijke plicht zagen om de onderduikers verborgen te houden voor de Duitsers. Het kwam op hun pad en ik denk dat ze geen moment hebben getwijfeld om ze in hun boerderij te laten onderduiken.''

HOOIBERG Die boerderij was De Bieshaar, gelegen in de uitgestrekte weilanden van Leusden-Zuid toen nog Leusbroek geheten. ,,Daar hielden ze zich schuil op een plek in een hooiberg. Bij dreiging konden de onderduikers via een sleuf door het weiland vluchten en zich verborgen houden onder een gecamoufleerde hut in het haverland. Dat gebeurde regelmatig.'' Terwijl ze dit zegt strekt ze haar arm uit naar een mapje op tafel en grist er een potloodtekening uit. ,,Kijk'', wijst ze aan, ,,dit is geschetst door een van de onderduikers, Willem Jacob Kortes. Het is de schuilplek in de hooiberg.'' Kortes, vervolgt ze verheugd, is inmiddels 95 jaar en woont in een verzorgingshuis in Woudenberg. ,,Om de Arbeitseinsatz te ontlopen was hij destijds bij mijn grootouders ondergedoken. Zijn familie zat bij hetzelfde kerkgenootschap als dat van mijn grootouders.''

BRIEF Onder de vijf onderduikers, die allen de oorlog overleefden, zat ook een Joods meisje van zes jaar oud genaamd Alide Horowitz (roepnaam Lidy). Veenendaal weet haar te traceren op een adres in hartje Amsterdam. In het eerste telefonische contact hoort ze een bibberend en krakend stemmetje aan de andere kant van de lijn. ,,Het werd mij snel duidelijk dat ze geestelijk niet meer helemaal in orde was. Het contact is daarna voortgezet via haar mantelverzorger.''

Met zijn hulp verstuurt de aan dementie leidende Horowitz begin dit jaar aan Veenendaal een handgeschreven brief waarin zij vermeldt dat ze Rijk en Antje als haar oom en tante beschouwde. Letterlijk schrijft ze: ,,Zij hebben mij heel liefdevol behandeld. Zij deden alles om het voor mij fijn te maken. Ik ben blij dat zij er waren. Door hen heb ik de oorlog overleefd.''

Ook verhaalt ze in de brief dat ze tijdens een huiszoeking in 1944 naar zolder vluchtte en zich daar in een dekenkist onder een stapel kleren verstopte. Passage uit de brief: ,,De Duitsers staken met een groot mes, waarschijnlijk een bajonet, in de kleren. Ik werd daarbij geraakt, maar heb gelukkig niet gepiept zodat ik niet ontdekt ben.''

ROUWKAART Veenendaal (van 1947) leert Lidy kennen op verjaardagen van haar grootouders. ,,Daar was zij altijd trouw bij aanwezig. Ze bleef dan altijd een weekend logeren. Nee, veel contact had ik niet met haar. Naar ik begreep leidde ze een nogal 'wild leven' in Amsterdam.'' Dat Lidy bij het overlijden van Rijk van Loenen op de rouwkaart stond vermeld is volgens de Leusdense oud-kleuterjuf veelzeggend voor de hechte band. ,,Mijn grootouders beschouwden Lidy als hun eigen kind.''

SCHROOM Lange tijd had Veenendaal schroom om in het verleden van haar grootouders te duiken. Maar haar gevoel zei dat ze het moest doen. ,,En dat werd versterkt toen ik bij het Holocaust Museum in Jeruzalem was geweest'', vertelt ze. ,,Daar realiseerde ik mij pas goed wat mijn grootouders hadden gedaan. Het bezoek heeft een onuitwisbare indruk achtergelaten. Emotioneel raakte het me.''

Maar hoe kon ze erkenning vragen voor haar grootouders? ,,Ik had werkelijk geen flauw idee waar ik moest beginnen." In eerste instantie belde ze met het gemeentehuis. ,,Die verwezen me door naar de Israëlische ambassade in Den Haag. Aanvankelijk liep dat niet vlotjes, maar op een gegeven moment kreeg ik een vast contactpersoon van het Holocaust Museum toegewezen, Ruth Joaquin. Eenmaal met haar in contact ben ik goed op weg geholpen en heb ik na een zoektocht van ruim acht maanden de benodigde, originele bewijsstukken aan Yad Vashem kunnen overleggen.''

Het kostte Veenendaal, zegt ze ten slotte, vele slapeloze nachten en energie. ,,Maar het was de moeite meer dan waard. Ik ben blij dat ik dit voor mijn grootouders, waar ik zo dol en trots op was, heb kunnen doen.''