Mateloos

Op de Asschatterweg klinkt al enkele vrijdagen meesterlijke muziek. De repetities van Lisiduna voor het veelbelovende Rembrandt-concert zijn begonnen. Het moet een toegift worden, na het feestelijke Rembrandtjaar. Een ode uit Leusden aan de Hollandse meester.

Ik zag de oproep van dirigent Cees Coenen aan oud-blazers en -slagwerkers afgelopen zomer langskomen en twijfelde zowaar even. Zal ik mijn ouwe paukenstokken weer van zolder halen? Het thema intrigeerde me namelijk, maar de onzekerheid was sterker. Het is meer dan 25 jaar geleden…

Inmiddels is mijn herkansing verkeken, want sinds 18 oktober wordt er al gerepeteerd in MFC Atria. Sterker nog, het muzikaal tribuut van Coenen en consorten begint week na week harmonieuzer te klinken, heb ik van horen zeggen. Een beetje zoals op een schilderdoek: van wazige schetsen naar heldere contouren. Nog zes repetities te gaan voor de generale.

Het is nu aan de rest van Leusden het geduld te bewaren. Op 15 februari staat 'Lisiduna meets Rembrandt' op de agenda, maar op welk podium is vreemd genoeg nog de vraag. Het Rembrandthuis zou uiteraard passend zijn, maar misschien is spelen voor een thuispubliek leuker. De Tuin? De Korf?

En wát speelt Lisiduna dan wel voor een schilder die al 350 jaar dood is? Wie recht doet aan de tijd, kiest voor een sacraal programma met hier en daar wat pijpers of een tamboer. Ook het beiaard liet al van zich horen in de Gouden Eeuw, dus kan voor deze gelegenheid misschien verklankt worden. Nee, dirigent Cees heeft een wat vrijere geest en liet zich, samen met zijn projectorkest, inspireren door enkele werken van Van Rijn. Er zal dan ook een brug worden geslagen tussen de populaire muziek van nu en het zeventiende-eeuwse blaas- en slagwerk.

Van de 111 jaar dat onze muziekvereniging bestaat, heb ik er acht meegemaakt. Een jonkie was ik nog. En trommelen mijn doel. Veel meer zat er ook niet in, als ik eerlijk ben. Zo was melodie met mijn notenallergie te hoog gegrepen, terwijl de kleine trom in combinatie met marcheren ook geen handige combinatie was voor het jongste lid. Ik was toen al behoorlijk mateloos, namelijk. Tambour-maître Geert zag in mij echter wel een paukenist. Oké, die enorme trommel was een maatje te groot, maar wel erg geschikt om de maat te pakken te krijgen. Bovendien was de functie vacant.
En daar liep ik, een half jaar later, rom-bom-bom met mijn grote trom. De gele jas, glimmende schoenen en veer op mijn kolbak nam ik voor lief. En Geert zag dat het goed was.

Mijn gevoel voor ritme is altijd gebleven, maar de optredens met de drumband – sexy majorettes incluis – zijn een vrolijke herinnering. Het is ook daarom dat ik als kunstliefhebber uitkijk naar het Rembrandt-concert, naar de verrassende partituren en naar Cees op de bok. Als een maestro voor de meester.

Marco Bosmans, bosmans@xmsnet.nl