Brrr

Het leed is geschied, afgelopen zaterdag 6:44 uur: ik moest krabben! U beseft niet half hoe vreselijk ik dat vind. Het is niet alleen het bikken op die vorstkorst waar ik een hekel aan heb, het is de keiharde realiteit dat koning winter aan mijn deur staat te rammelen.

De vallende blaadjes, stevige stormen en najaarsbuien kan ik allemaal prima verdragen, sterker nog: herfst is heerlijk. Maar de winter is niet aan deze koukleum besteed. Echt waar, als het kon gaf ik vandaag mijn geliefden een zoen en stortte ik me voor vijf maanden in een winterslaap. Of iets korter eigenlijk, want 8 maart ben ik jarig. Het is een dag die voor mij al jaren symbool staat voor een nieuwe start. Hoera, het is lente!

Het zijn vooral de winterse ongemakken waar ik ietwat gevoelig voor ben. Het niet weten of het glad wordt, een vastgevroren portier, ijzelfiles, de rondjes met het (veel te trage) hondje en vijf maanden koud, brrr.

Wanneer ik op de sofa bij de psycholoog doorgezaagd zou worden over een mogelijke posttraumatische winterstoornis, dan zal mijn jeugd zonder twijfel opborrelen. De ijsvingers na mijn folderwijkje, het gekleum op het korfbalveld, ik wil er niet meer aan denken, dokter. Wist u dat ik eens de eerste speler van Antilopen was die halve jaren lid wilde zijn, zodat ik in de zaal kon blijven?

Ik weet ook nog goed dat we met de klas gingen schaatsen op de vijver bij de Landweg. Iedereen op het ijs, behalve… Ja hoor, Marco mocht van juf Noorlander zijn slee mee en bleef bibberend aan de kant. Natte veters, bevroren tenen, snottebellen als ijspegels, blauwe plekken; daarom.

Vreemd genoeg ontstond er in die jaren ook een soort ramptoerist in mij, want ik kijk nog altijd iedere winter met groot plezier naar mannen die het wintermonster juist omarmen: de profschaatsers op de buis. Met de kachel op 21, warme chocolade in een kop en snert van mevrouw Bosmans in de pan – de allerlekkerste – is het comfortabel genieten van 'onze' bikkels op het snelle ijs. Carl was oké, olé olé! En Heinze Bakker niet te vergeten, ook een Leusdenaar! Zijn wedstrijdverslagen galmen nog altijd na in het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. En terecht, meneer Bakker.

Terug naar de opening van deze column: die slechte start op zaterdag. Mijn winterdip is weliswaar een jaarlijkse traditie, maar gelukkig van korte duur. Het is na iedere vorstnacht twee minuten huilen en weer door. Hoe ik dat doe?

Nou, eigenlijk zoals Frank Lammers met zijn doktersrecept in die Jumbo-commercial. Alleen sla ik dan mijn supermarkt even over (sorry, William) voor een hapje bij Bras, Kraton, Mof of waar dan ook.

Leusden heeft de beste koks die in barre wintertijden de lekkerste troost kunnen bieden. En om mijn trauma te lijf te gaan: een bolletje ijs na.

Marco Bosmans bosmans@xmsnet.nl