Boswachten

In een tijd dat overheden vooral worstelen met de rode contouren (lees woningbouw), laat Leusden zich van zijn groene kant zien. Die kant zie ik graag, want deze gemeente – 20 jaar geleden de groenste van Nederland! – heeft meer dan vijftig tinten in de aanbieding. Dat wil zeggen: het kort gewiekte knip- en snoeiwerk in de wijken versus de agrarische vergezichten van het ommeland en de bonte lappendeken van de familie De Beaufort. Voor de groene sier rekenen we dit enorme familielandgoed Den Treek-Henschoten even tot het onze.

Een stukje verderop, aan de Groene Zoom (what's in a name), heeft daadwerkelijk landje-pik plaatsgevonden. Hier mag een aantal hobbytuinders van 5.000 vierkante meter maïsland een heus voedselbos maken. Nou ja, bos is een ruim begrip dat op een halve hectare erg smalletjes uitpakt, maar toch: de naam is veelbelovend en smaakmakend. Ja, ik werd zelfs hongerig toen ik de eerste keer over de plannen hoorde. Het water liep me in de mond bij het idee van lokaal hoogstamfruit, kruidgewassen en plukstruiken.

U moet weten dat ik als fijnproever graag in smakelijke kringen verkeer. Bij de boer en de bakker, maar ook in het restaurant. Zet mijn tafel naast de kok en de avond kan niet meer stuk. Vooral bij een Italiaan. Ja, je zou het misschien niet denken bij de naam Bosmans, maar mijn Nederlandse bloed is eigenlijk pastasaus. Hoe dan ook, met een naam en buik als de mijne wilde ik de informatieavond over Voedselbos Leusden niet missen. Al was het maar om mijn honger te stillen en omdat ik altijd al boswachter heb willen worden.

Het idee voor een voedselbos is niet uniek in ons land. Hier en daar komt er iets van of uit de grond, maar er zitten ook een paar naïeve luchtfietsers tussen. In Leusden nemen ze het serieus met een contract voor 10 jaar en een optie op nog eens 10 jaar. Ook de plek is geweldig gekozen: naast het imkerveld, de vlindertuin en de bloemenakker. Tot zover het goede nieuws.

Want terwijl ondergetekende zijn picknickmand (cadeautje van mevrouw Bosmans) al had opengeklapt en boerenservet over de schoot had geworpen, was daar ineens opzichter Steef. Iets met nutriëntenpompen, bodemvruchtbaarheid, ecologisch evenwicht… Pfff. Wat blijkt? Dit bos begint met heel veel zaadjes, heel veel centjes, heel veel handjes en vooral geduld. We maken de vingers dus eerst groen om ze later af te likken.

Ach, denkend aan Leusden zag ik rijen rabarber, velden met aardbeien en struiken vol bessen staan. Die gedachte moet ik proberen vast te houden, net als de handen van Mildred, Ger, Hetty en al die andere geduldige bosbouwers die zich enthousiast hebben verenigd. Nu snap ik het: een boswachter zonder bos is vooral een wachter…

[Marco Bosmans,
bosmans@xmsnet.nl.