Meerderheid voor verhoging OZB

Oppositie is teleurgesteldLEUSDEN - De onroerendzaakbelasting (OZB) gaat per 1 januari van het volgend jaar omhoog. Het besluit werd in de onlangs gehouden raadsvergadering genomen. Wat dit betekent voor huiseigenaren en bedrijven is nog niet duidelijk. Daarover wordt in december een definitieve beslissing genomen. door Frits van BredaDe gemeente Leusden kreeg enkele maanden geleden het bericht dat er € 400.000,- minder uit het gemeentefonds beschikbaar is dan waar op was gerekend. Het college zag geen andere mogelijkheid dan dit te compenseren door middel van een verhoging van de OZB. Voor een gemiddeld huis zou dit neerkomen op een jaarlijkse verhoging van ongeveer € 5,- in de komende vier jaar. "Voor het bedrijfsleven onacceptabel" zo had de woordvoerder van de Leusdense ondernemers eerder al laten weten. Ook voor de VVD is het voorstel onacceptabel zo werd tijdens de raadsvergadering duidelijk. Fractievoorzitter Carlos Genders wees het college er op dat een gemiddelde Leusdense huiseigenaar de helft van een maandinkomen betaalt aan gemeentelijke lasten. "Ook voor bedrijven is de maat vol" zo hield hij de aanwezigen voor. Neem het voorstel terug en ga bezuinigen, luidde het dringende advies van de VVD. Barto Piersma, fractievoorzitter van het CDA, had niet de illusie dat zijn partij de coalitie op andere gedachten zou kunnen brengen. Daarom had zijn partij gezocht naar een mogelijkheid om de kosten voor bedrijven en burgers 'op een aanvaardbaar niveau te houden'. Het CDA wil het bedrijfsleven geheel ontzien waar het de OZB verhoging betreft. Voor de huiseigenaren zou dit betekenen dat de totale verhoging na vier jaar geen € 22,- maar € 33,- zou bedragen. Dit zou gecompenseerd kunnen worden door een verwachte verlaging van de rioolheffing met € 30,- tot € 50,-, aldus het CDA voorstel. Een amendement met die strekking kreeg niet de steun van andere partijen. De coalitiepartijen steunden het voorstel om de OZB te verhogen maar wilden tot de raadsvergadering van 18 december wachten om te bezien of het bedrijfsleven alsnog gespaard kan blijven, zonder de lasten van de huiseigenaren extra te verhogen.