• Maarten Wolswinkel, kleinzoon van de grondlegger van het bedrijf, leidt de Zandbrinkermolen.

    Foto Rinus van Denderen
  • De Zandbrinkermolen aan de Asschatterweg.

    Foto Rinus van Denderen

'Elke boer zijn eigen voer'

LEUSDEN Iedere plaats van een zekere omvang heeft ze; bedrijventerreinen. Maar wat gebeurt er nu eigenlijk achter de gevels van die niet zelden fantasieloos vormgegeven rechthoekige dozen? In de serie 'Achter de schermen' gaat de Leusder Krant op zoek naar een antwoord op die vraag. Deze week: De Zandbrinkermolen.

Frits van Breda

Halverwege Leusden en Achterveld komt men door de buurtschap Snorrenhoef, aangegeven door een bescheiden bord langs de Asschatterweg. Opvallend is daar het kolossale gebouw met de tekst ' Zandbrinkermolen'. Nadat er op die plek honderden jaren molens hebben gestaan is de laatste molen op 13 mei 1940 in vlammen ten onder gegaan. Op 10 augustus 1941 werd de eerste steen gelegd voor de huidige veevoederfabriek Wolswinkel BV. Directeur/eigenaar is Maarten Wolswinkel, kleinzoon van de grondlegger van het bedrijf.

OPA JAN Opa Jan Jacob Wolswinkel nam de Zandbrinkermolen op jonge leeftijd (hij was 26 jaar) over van de failliete eigenaar. Dit vond plaats in het najaar van 1924. De molen had toen al een lange geschiedenis achter de rug. Hij werd in 1688 gebouwd en stond in Amsterdam op de plaats waar later het theater Carré werd gebouwd. Bijna tweehonderd jaar later werd de molen verplaatst naar Snorrenhoef. Jan Jacob kocht graan, maalde het in zijn eigen molen en verkocht het meel aan bakkers in de omgeving. Ook werd er volop geleverd aan de vele boeren die in de wijde omtrek aanwezig waren.

DUITSE INVAL De inval van de Duitse troepen in 1940 betekende het einde van de eeuwenoude molen. Duitse militairen gebruikten de molen al snel vanwege de gunstige ligging. Ze hadden vanaf de molen een goed zicht op de Nederlandse troepen die zich in de nabijheid hadden ingegraven. Dit was van korte duur, een Nederlandse patrouille stak op bevel van hun commandant de molen in brand. Wolswinkel ging niet bij de pakken neerzitten. Op 10 augustus 1941 werden door zijn zoons, Cornelis en Jan, de eerste steen gelegd voor de fabriek die er nu nog staat. Jan Jacob ging vanaf dat moment machinaal malen en produceerde alleen nog veevoeder.

VEEVOEDERFABRIEK Tot de dag van vandaag is het bedrijf, dat de naam Zandbrinkermolen draagt, een veevoederfabriek. Vanzelfsprekend is er wel het nodige veranderd sinds de start van het bedrijf. Tot in de jaren '60 werd alles in zakken verpakt en naar de boerderijen getransporteerd. Nu wordt alles in bulk vervoerd en hebben de veehouders silo's op hun terrein om het voer op te slaan. De huidige directeur ('iedereen noemt me Maarten') nam in 1989 het bedrijf over van zijn vader Cornelis en zijn oom Jan.

BULKAUTO'S ,,We maken veevoer van bijproducten die overblijven bij de fabricatie van grondstoffen voor menselijke consumptie" zo beschrijft Maarten het productieproces in het kort. Toch is het niet zo simpel als hij doet voorkomen. In de uit de kluiten gewassen fabriek bevinden zich 28 silo's met uiteenlopende grondstoffen. Al met al een voorraad van zo'n 450.000 kg.''

De 'bijproducten' blijken uiteindelijk te bestaan uit goed voedsel dat om uiteenlopende redenen niet of nauwelijks geschikt is voor menselijke consumptie. De grondstoffen die Wolswinkel gebruikt, worden met eigen bulkauto's uit het gehele land opgehaald bij overslagbedrijven of productiebedrijven. Het gaat dan om bijvoorbeeld graan, tarwe en gries als restant van de meel- of bloemproductie. Als voorbeeld noemt Maarten de sojaboon. Daar wordt olie uitgehaald voor menselijke consumptie. Wat overblijft is bij uitstek geschikt als veevoer.

VOER OP MAAT Wolswinkel heeft zich, mede als gevolg van de ontwikkelingen in de veehouderij, moeten specialiseren. Werd in het verleden veevoer geproduceerd voor alle mogelijke dieren, nu richt men zich uitsluitend op koeien en geiten. 'Elke boer zijn eigen voer', de slogan van het bedrijf, heeft enige toelichting nodig. Het Leusdense bedrijf produceert 'voer op maat' omdat elke boerenbedrijf het melkvee optimaal wil voeren. Gezondheid en melkopbrengst zijn het belangrijkst. Alle boeren in de regio maaien het gras en kuilen dat in. Dit 'ruwvoer' is niet van constante kwaliteit. Wolswinkel heeft vier specialisten in dienst met een agrarische achtergrond. Zij bezoeken de afnemers en nemen monsters van het voer dat er voorhanden is.

Een laboratorium analyseert het ruwvoer, waarna de experts van Wolswinkel het advies geven voor de samenstelling van het 'krachtvoer' dat garant staat voor een optimale melkproductie van de veestapel. Van een standaard product, dat op voorraad gehouden kan worden, is daarom geen sprake bij de veevoerproducent.

17.000.000 KILOGRAM In de Zandbrinkermolen wordt elk jaar zo'n 17.000 ton veevoeder geproduceerd. Ruim 80% van de afnemers bevindt zich in een straal van 25 km rond het bedrijf. ,,Als ik op het dak ga staan en het is helder weer kan ik bijna al mijn relaties zien", aldus Maarten. De agrariërs die bij hem krachtvoer afnemen weten ook dat ze zonder betaling gebruik kunnen maken van de expertise die in het bedrijf aanwezig is. Er is veel kennis over kunstmest en de teelt van ruwvoer bij de experts die er werken. Ook over de in Nederland erg ingewikkelde verplichte mestboekhouding worden de afnemers zo nodig voorgelicht.

WINKEL Los van de productie is er in de Zandbrinkermolen een winkel gevestigd waar ook particulieren terecht kunnen. ,,We verkopen alles wat een boer nodig heeft" zegt Maarten. Of het nu gaat om laarzen, klompen, afrastering of meststoffen, alles is ook verkrijgbaar voor iedereen die zich niet beroepsmatig met het boerenbedrijf bezighoudt. Voor gespecialiseerd voer voor alle mogelijke dieren kan men in ook in de winkel terecht. Het is zeker de moeite waard om er eens binnen te lopen en te zien wat de 'molen' te bieden heeft.