• Hosnia Anwar: ,,Er is een periode geweest dat ik voortdurend met mijn gedachten in Afghanistan was.¿¿

    Marcel Koch
  • ,,Ooit hoop ik mijn toekomstige kinderen een vreedzamer Afghanistan te laten zien¿¿.

    Marcel Koch
  • Hosnia op jonge leeftijd in Kabul. ,,Mijn ouders gaven thuis onderwijs.¿¿

    eigen archief

Een oorlogskind zonder trauma's

LEUSDEN Het debat over vluchtelingen wordt dezer dagen met de nodige emotie gevoerd. Zo waren er recentelijk heftige protesten tegen de komst van asielzoekerscentra. Toch is ons land al eeuwen een toevluchtsoord voor mensen die van huis en haard werden verdreven. In de serie 'Thuis op vreemde bodem' gaat de Leusder Krant op zoek naar die 'nieuwe landgenoten' die vaak gewoon bij ons in de straat wonen. Zoals Hosnia Anwar uit Afghanistan.

Marcel Koch

Ze is een oorlogskind zonder trauma's. En ik ben er ook niet naar op zoek, voegt Hosnia Anwar (27) er geestig aan toe. ,,Ik krijg nogal eens verbaasde blikken als ik zeg dat ik geen trauma's heb overgehouden aan de oorlog. Toch is het zo. Ik kan me niet anders herinneren dan dat er oorlog was in Afghanistan. Ik draag het voor altijd bij me, maar het hindert mij niet in mijn dagelijkse leven.'' Een fractie later stelt ze broodnuchter vast: ,,Het is gelopen zoals het is gelopen. Ja, ik weet wat het is om in beperking te leven en omgeven te zijn door geweld, maar bang ben ik nooit geweest. Het ergste vond ik dat ik niet naar school mocht, terwijl ik daar juist zo naar had uitgekeken.''

MISÈRE Ter vergelijk van haar situatie in Afghanistan verwijst ze graag naar de Italiaanse film La vita è bella, waarin de hoofdpersoon Guido Orefice (gespeeld door acteur Roberto Benigni) zijn zoontje de Tweede Wereldoorlog doorloodst als zijnde één groot spel. ,,Zo ongeveer hebben mijn ouders ook gehandeld toen Afghanistan in de greep was van de Taliban. Natuurlijk was ik bewust van wat er zich buiten de muren van ons huis afspeelde, maar mijn ouders zorgden er voor dat de misère geen vat op mij, mijn broertje en mijn zusje kreeg. Hoe? Door net te doen of er niets aan de hand was. We leerden in huis hinkelen met touwen, een deel van een raket gebruikten we als bloempot, we verzamelden kogels. Bizar hè, maar het was goed zo.''

Ze vervolgt: ,,Mijn ouders maakten woordspelletjes voor ons, gaven thuis onderwijs: lezen, schrijven, rekenen. Verder herinner ik mij dat we in ons patiotuintje groente en fruit kweekten, want voedsel was schaars. Werkelijk alles hebben mijn ouders gedaan om het leven voor hun kinderen zo draaglijk mogelijk te maken. De narigheid werd buiten de deur gehouden. Zo hadden zij het vooraf bedacht, zo gebeurde het in werkelijkheid. Ik kijk daar met veel respect op terug.''  Als ze over haar ouders praat, spat de trots er van af. Ze onderstreept: ,,Ik heb te gekke ouders, beiden bijzonder creatief van aard. Het zijn mijn vrienden. Nee, ik wilde voor dit interview liever niet thuis afspreken. Ik ken mijn ouders, die hadden zich voor het bezoek uitgesloofd: het huis extra schoongemaakt, iets lekkers bereidt. Na een lange werkdag - ze werken allebei - wilde ik ze dat niet aandoen.''

TALIBAN Dikwijls krijgt ze de vraag gesteld waar ze vandaan komt. Uit Leusden antwoordt ze dan telkens. ,,Grappig toch?'' Hosnia Anwar - beschaafd voorkomen, accentloos Nederlands - werd 27 jaar geleden geboren in Kabul. In 1999 vlucht ze op negenjarige leeftijd samen met haar ouders, broer, zus en neef naar Nederland. Weg van de guerrilla van de Taliban, de fundamentalistische-islamitische beweging die op dat moment de macht heeft. ,,Voor mijn ouders was geen plaats meer in Afghanistan'', vertelt de Afghaanse op het terras van een Leusdens etablissement.

,,Hun progressieve denkbeelden werden door de Taliban verafschuwd. Zo hebben ze zich altijd ingezet voor vrouwenrechten wat ze niet in dank werd afgenomen. Maar mijn ouders lieten zich niet ontmoedigen, durfden voor hun mening uit te komen. Heel dapper. Op een gegeven moment werd de dreiging echter te groot en zijn we naar Nederland gevlucht. Maar diep in hun hart waren ze het liefst in Afghanistan gebleven. Hoe ik nu naar Afghanistan kijk? Wat er gaande is stemt verdrietig, het is één bak ellende. Terwijl het zo'n mooi land is. Ik volg het nieuws uitsluitend via de Nederlandse media en heb contact met familie daar. De situatie is eerlijk gezegd hopeloos. Ooit hoop ik mijn toekomstige kinderen een ander, vreedzamer Afghanistan te laten zien. Het is een wens.''

WEERZIEN Ze maakt een ontspannen, evenwichtige indruk. Zo is het niet altijd geweest, bekent ze openhartig. ,,Er is een periode geweest dat ik met mijn gedachten voortdurend in Afghanistan was. Onrustig en kriebelig werd ik ervan. 's Nachts lag ik geregeld te woelen in bed. Ik droomde zelfs van Afghanistan, beleefde er avonturen. Het land spookte alsmaar door mijn hoofd.'' Nog net geen achttien jaar is ze dan. Haar moederland lonkt zo hevig dat ze besluit af te reizen naar Kabul (waar de Taliban inmiddels verdreven is, maar de situatie nog onstabiel.). Ze wil de stad weer proeven, ruiken, de kleuren aanschouwen. Ofwel: er gewoon weer fysiek te zijn. ,,Mijn ouders waren er aanvankelijk niet blij mee, maar zagen het geworstel met mijn gevoelens. Ze gunden mij een weerzien. Ja, ik verlangde zo intens naar Kabul, ook om de rest van de familie weer te zien.'' 

Eenmaal voet in Kabul wordt ze bijkans misselijk van de spanning en emoties. ,,Al die tijd had ik er naar toegeleefd en nu stond ik daadwerkelijk weer in het land van mijn wortels. Maar ook het land dat ik noodgedwongen ontvlucht was. Dat deed veel met me op dat moment.'' Het weerzien maakt diepe indruk, maar ze stelt ook vast: ,,Ik voelde mij een buitenlander in mijn geboortestad. Zo werd ik door familie en vrienden ook gezien. Veel gewoonten waren niet meer mijn gewoonten. Maar ik was blij met mijn bevindingen, het voelde alsof ik weer verder kon met mijn leven in Nederland. Ik was een ervaring rijker.''

Even later stelt Hosnia, in wiens leven religie geen rol speelt, met het oog op identiteit: ,,Ik voel met half Nederlands, half Afghaans. Uit beide culturen heb ik het beste gehaald wat voor mij werkt.'' Als voorbeeld, te beginnen bij haar eigen cultuur noemt ze beleefdheid. ,,Ik toon respect voor een ouder iemand wat in Afghanistan heel gebruikelijk is. Ik zou een docent nooit tutoyeren. Aan de andere kant waardeer ik de directheid hier. Bovendien is alles bespreekbaar, dat is een fijne gedachte.'' Ze merkt verder op: ,,Als ik van een vakantie uit het buitenland weer in Nederland komt voelt dat echt als thuiskomen.''

OMSLAGPUNT Basisschool De Heerd is Hosnia's eerste kennismaking met school en tevens met de Nederlandse cultuur. ,,Op mijn eerste schooldag zei een jongen tegen me: 'kom jij maar naast mij zitten.' Ho dacht ik, dat gaat mooi niet gebeuren. Jongens die in de klas naast meisjes zitten, tsja daar moest ik in het begin wel even aan wennen'', aldus Hosnia die aanvankelijk moeite heeft om de Nederlandse taal zich eigen te maken. Met een vleugje venijn in haar stem: ,,Ik snapte er niks van! Vond het een verschrikkelijk, moeilijke taal. Mijn moeder sprak beter Nederlands dan ik. Meestal zie je dat kinderen van migranten de taal sneller oppikken dan hun ouders, maar bij mij was het juist andersom. Mijn Nederlands was waardeloos.''

Eenmaal op het Corderius College in Amersfoort treft ze docent Van den Brink en begint ze zowaar vorderingen te maken. ,,Hij heeft me streng aangepakt. Hij zei dat ik een voorbeeld moest nemen aan mijn ouders. Zijn onverbloemde aanpak zorgde voor een omslagpunt. Ik realiseerde me dat ik harder moest werken, werd zelfs een nerd. Vonden ook mijn vriendinnen hoorde ik achteraf.'' (lacht)

KNALGELE FORD Inmiddels heeft de Leusdense haar vierjarige studie ergotherapie in Amsterdam met succes afgerond. Hoe haar toekomst eruit ziet, is nog ongewis. ,,Ergotherapie is een breed vakgebied. Maar ik pak elke kans met beide handen aan.''

Eerder op de avond had ze met een brede glimlach op haar gezicht vertelt dat ze enige tijd in een opvallend knalgele Ford Ka reed. Apetrots was het gevoel. ,,Had dit meisje uit Afghanistan toch maar mooi geflikt.'' Vrijwel direct daarna had ze over haar nicht in Afghanistan gesproken die niet in weelde leeft en niet de ontwikkelingsmogelijkheden heeft die zij heeft. ,,Ik realiseer me dat elke dag.''