Welkom

Ben vorige week even naar Maastricht geweest. Gewoon een dagje op en neer om me te laven aan het – zeg maar – goede leven. Ik vind het een heerlijke stad en dat begint eigenlijk al op de A2.

Wanneer je het vliegveld passeert, een bocht maakt en vervolgens de daling wordt ingezet. Daar zie je Maastricht ineens voor je liggen, boem. De Pietersberg links, de Maas aan de rechterhand en het Vrijthof in gedachten. Ja, dan knalt Beppie Kraft even uit mijn Fiat-speakers: Mestreech is neet breid mer mestreech dat is laank. Mestreech is de stad vaan de gezelle van de zaank…

U hebt gelijk, dit is de Leusder Krant en niet De Limburger. Toch wil ik deze guilty pleasure met u delen, omdat ik op de terugweg een soortgelijk verheugen zocht bij Leusden. Zo'n gevoel van: we zijn er bijna of lekker thuiskomen. Maar dat valt om de drommel niet mee. Zo lijkt Soesterberg vanaf de snelweg in niets meer op Maastricht Aachen Airport, is de Heiligenbergerbeek geen Maas en ook van een afdaling is op de A28 geen sprake. Nee, het zijn de blauwe borden Afslag Leusden, het afvaldepot en de AFAS-bouwput die me welkom heten. Niet bepaald een warme entree. Pas bij de appelboom in onze voortuin denk ik: ja, welkom thuis.

Het sombere perspectief spookt al een paar dagen door mijn hoofd. Verwacht ik teveel van mijn Leusden? Ben ik wel de optimistische columnist die zo graag zijn dorpsblik deelt? Ik heb de mijmeringen hier en daar gedeeld en ik krijg een beetje het idee dat Maastricht vooral van ver komt en dús lekkerder is. Daarnaast speelt de deformatie een rol: macht der gewoonte. Zo kan het ook gebeuren dat de mensen in Scheveningen hun zee niet meer zien, maar wel de hinderlijke toeristenmassa. En dat ze in de Achterhoek door de bomen… Inderdaad, dat is het!

Maar er speelt ook nog zoiets als perspectief. Het nadeel van een knipoog is namelijk dat je één van je ogen moet sluiten, waarmee je feitelijk de helft van je zicht wegneemt. Dat geeft een vertekend beeld van de werkelijkheid. Wanneer ik, terug in het dorp, ook mijn andere oog open, dan zie ik inderdaad hoe gewoon heel bijzonder kan zijn. Dat de Sint-Jozef in Achterveld niet onderdoet voor de Sint-Servaas en dat onze kronkelende beekjes veel charmanter zijn dan die rechtlijnige Maas. Oké, De Biezenkamp is nog geen Vrijthof en De Dikke geen Vogelstruys, maar zolang Leusden nog geen twintig eeuwen bestaat is er hoop.

Zou Beppie trouwens een zus in Leusden hebben wonen? Ik zou graag eens een pilske met heur vatten. En een stukske Leusdense vlaoi.

Marco Bosmans